afbeelding1

Lijfrenteverzekering en banksparen; wat is nu eigenlijk het verschil voor mijn pensioen?

Eerder schreef ik al dat ruim 1 op de 3 Nederlandsers vanaf hun AOW-leeftijd er op achteruitgaan in ‘salaris’. Dat geldt helaas ook voor mijn pensioen. Ben je zzp’er of heb je geen (goede) pensioenregeling bij je werkgever? Grote kans dat je dan weleens hebt opgezocht hoe je voor jezelf toch een fatsoenlijk pensioen kunt regelen. Je komt dan echter terecht in een wereld vol moeilijke termen als lijfrenteverzekering en banksparen. Complexe materie waarvan je wellicht niet het geduld of de kennis hebt om het goed te begrijpen. Toch is het wel goed om het verschil tussen beide begrippen te kennen. In deze blog probeer ik dan ook meer duidelijkheid te schetsen in de wereld van lijfrentes en banksparen.

De derde pensioenpijler

Laten we bij het begin beginnen. In Nederland zijn er drie pensioenpijlers. Er zijn dus drie manieren om pensioen op te bouwen. In de eerste pijler valt het AOW, een pensioen dat door de overheid wordt verstrekt en waarop iedere Nederlander recht heeft. De tweede pijler bestaat uit het pensioen dat via werkgevers wordt opgebouwd. Voor lang niet iedereen geldt echter dat zij zo’n pensioen opbouwen.

Mijn werkgever betaalt gelukkig wel elke maand premies voor mijn pensioen. Echter is het zo dat werkgevers niet verplicht zijn om een pensioenregeling voor hun werknemers te treffen en zzp’ers hebben natuurlijk niets te maken met een werkgever. Het kan ook zijn dat je werkgever simpelweg minder pensioen voor je opbouwt dan fiscaal gezien zou kunnen of mogen.

Daarom bestaat de derde pensioenpijler. In deze pijler kunnen Nederlanders zonder toereikend pensioen een vrijwillige, individuele pensioenvoorziening treffen: een lijfrente. Dit is dus het enige officiële pensioenpotje waarover je zelf de volledige controle hebt. Zo’n lijfrente afsluiten kan weer op twee manieren: via een lijfrenteverzekering of via banksparen. Zelf maak ik ook gebruik van de derde pijler om mijn pensioen aan te vullen.

mijn pensioen drie pijlers
Mijn pensioen in drie pijlers

Lijfrenteverzekering

Een lijfrenteverzekering is eigenlijk de verzekeringsvorm van een aanvullend pensioen. Je legt maandelijks of jaarlijks een bedrag in, en na je pensioenleeftijd laat je het bedrag uitkeren. Deze uitkering staat los van de opbouwfase: je kunt je aanvullend pensioen dus opbouwen via een verzekeraar, en laten uitkeren door een andere verzekering of bank. Het staat echter wel vast dát je er een uitkering van moet kopen! De uitkering kan bovendien een vooraf bepaald bedrag zijn, maar ook een variabel bedrag. Wanneer je namelijk besluit om je verzekeringspremie te laten beleggen zoals ik doe, kan de periodieke uitkering bij het pensioen hoger of lager uitvallen.

Bovenstaande uitleg is wellicht nog goed te volgen, maar de lijfrenteverzekering is een gecompliceerd product. Zo is deze bijvoorbeeld gekoppeld aan het leven van degene die de verzekering afsluit. Overlijdt diegene tijdens de opbouwfase? Dan komt het geld toe aan de verzekeraar, tenzij er een aparte overlijdensrisicoverzekering is opgenomen in de lijfrenteverzekering. In dat laatste geval wordt er een vooraf afgesproken bedrag uitgekeerd aan de nabestaanden – meestal een bepaald percentage van de opgebouwde waarde.

Overlijdt de verzekerde na diens pensioenleeftijd, dus tijdens de uitkeringsfase? Dan ontvangen de nabestaanden niets en is de winst voor de verzekeraar. Klinkt best hard hè? Hiertegenover staat echter wel het feit dat de uitkering van een lijfrenteverzekering levenslang is: als je dus toch eens de 115 jaar oud zou halen, dan ben je er in ieder geval van verzekerd dat je ook op die leeftijd de uitkering blijft ontvangen, zelfs wanneer de totale uitkering dan hoger uitvalt dan de premies die je tijdens de opbouwfase hebt betaald. Dit risico is voor de verzekeraar.

Banksparen

Wie vroeger zelf zijn pensioen wilde regelen, was dus aangewezen op gecompliceerde producten tegen kosten die de pan uitrezen. Dat kon en moest beter, vond de Nederlandse overheid. En dus werd op 1 januari 2008 de Wet Banksparen ingevoerd. Met die invoering was het niet alleen voor verzekeraars mogelijk om pensioen in de derde pijler aan te bieden, maar ook voor banken en beleggingsinstellingen zoals bijvoorbeeld Brand New Day. Dat leidde tot transparante producten, meer concurrentie en lagere kosten. Allemaal positief voor ons, de consument.

Wie aanvullend pensioen opbouwt bij een bank, doet dus aan banksparen. De essentie van banksparen is wat makkelijker te begrijpen dan een lijfrente. Je stort je jaarruimte – de hoeveelheid aanvullend pensioen die je mag opbouwen (naast het deel dat je werkgever al doet als je in loondienst bent) – belastingvrij op een speciale spaar- of beleggingsrekening, en na je pensioenleeftijd laat je dit bedrag uitkeren in door jouw gekozen termijnen. Zo’n aanvullend pensioen bij een bank (of beleggingsinstelling) wordt ook weleens een bancaire lijfrente genoemd.

De voorwaarden van een bankspaarproduct zijn iets simpeler dan die van een lijfrenteverzekering. Zo komt de opgebouwde waarde bij overlijden altijd volledig toe aan de nabestaanden, óók tijdens de uitkeringsfase. Wel zo’n fijn idee voor je partner toch? Dit is een groot verschil met de lijfrenteverzekering, waarbij de waarde na overlijden tijdens de uitkeringsfase volledig toekomt aan de verzekeraar.

Ook voor banksparen geldt trouwens dat de opbouwfase losstaat van de uitkeringsfase. Je kunt je lijfrente dus prima opbouwen bij de ene bank of beleggingsinstelling, en laten uitkeren bij de andere. Die uitkering duurt wel altijd minimaal 5 jaar en maximaal 30 jaar. Dit is een belangrijk verschil ten opzichte van de lijfrenteverzekering, waarbij de uitkering levenslang duurt, tot het overlijden van de verzekerde.

Banksparen staat los van (lage) spaarrentes.

Wie de term banksparen hoort, denkt in eerste instantie aan sparen bij een bank. Maar als je aan banksparen doet, ben je allerminst gebonden aan de extreem lage spaarrentes. Ja, er zijn ook bankspaarrekeningen waarmee je kunt sparen tegen een variabel of vast rentepercentage. Maar net zo goed zijn er bankspaarrekeningen waarbij de inleg 100% belegd wordt.

 Afsluiten bijBij overlijden voor de pensioenleeftijdBij overlijden na pensioenleeftijdUitkering duurt
Lijfrente-
verzekering
VerzekeraarGaat een vast afgesproken percentage van het opgebouwde bedrag naar nabestaandenKomt het  bedrag toe aan verzekeraarTotdat de verzekerde overlijdt
Bankspaar-
rekening
Bank of beleggings-instellingKomt het volledige bedrag toe aan nabestaandenGaat de volledige uitkering over op de nabestaandenTotdat de opgebouwde waarde op is. Moet uitgekeerd worden in minimaal 5 en maximaal 30 jaar
Het verschil tussen banksparen en een lijfrenteverzekering in één oogopslag

Waar kies jij voor?

Bankspaarproducten zijn voor de pensioenleek iets simpelere producten. Geen gedoe over het wel of niet uitkeren na de pensioendatum, geen extra kosten voor langlevenrisico en banken hebben niets te maken met je sterfteverwachting. Overlijdt de rekeninghouder tijdens de opbouwfase óf tijdens de uitkering, dan hebben de nabestaanden recht op het hele bedrag. Dit kan bij lijfrenteverzekeringen ook – en soms ontvangen de nabestaanden zelfs méér dan de opgebouwde waarde – maar wel alleen vóór de pensioenleeftijd. Overlijdt de verzekerde na de pensioenleeftijd? Dan komt de opgebouwde waarde toe aan de verzekeraar.

Daartegenover staat wel dat een de uitkeringsfase bij een lijfrenteverzekering levenslang duurt. Als je lang leeft, heb je dus al die tijd de zekerheid van een aanvullende pensioenuitkering. Dit geldt niet voor bankspaarrekeningen, maar die hebben weer als voordeel dat de uitkering voortgezet wordt op naam van de nabestaanden bij overlijden. Zo zitten er aan zowel de lijfrenteverzekering als aan de bankspaarrekening specifieke voordelen vast. Of en hoe zwaar die voordelen voor jou wegen, kan natuurlijk alleen jij beslissen!

Benieuwd naar de mogelijkheden om net als ik bij Brand New Day voor je pensioen te sparen? Klik hier voor meer informatie!

?wi=351758&ws=


Geef een reactie