pexels photo 1034597 e1594216394440

Het pensioenakkoord; op naar een nog beter stelsel in 2022!

Je hebt het ongetwijfeld al wel meegekregen: er is een nieuw pensioenakkoord gesloten. We zijn daarmee op weg naar een nieuw pensioenstelsel. Vanaf 2022 gaat het pensioenstelsel via wetgeving daadwerkelijk op de schop. Maar eerst is het tijd voor de uitwerking van het pensioenakkoord. Het wetsvoorstel wordt dan ook op dit moment gemaakt door het kabinet, waarna de wet ter goedkeuring aan zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer zal moeten worden voorgelegd. Pas als beide Kamers akkoord zijn gegaan, gaat de nieuwe pensioenwet in.

De verwachting is op dit moment dat de nieuwe wetgeving pas in zal gaan vanaf 1 januari 2022. In de praktijk zal het dus nog wel even duren voordat we echt overgaan tot een nieuw stelsel. Maar dat neemt niet weg dat het ook al in dit stadium goed is om op de hoogte te blijven, want het pensioenakkoord en daarmee het nieuwe stelsel heeft ongetwijfeld ook impact op jouw pensioen! Hoog tijd dus om eens in dat nieuwe stelsel te duiken.

De noodzaak van het pensioenakkoord

Wat de gemiddelde Nederlander als pensioen aanduidt bestaat uit drie onderdelen, namelijk AOW, pensioen en individuele aanvullingen in pijler drie zoals bijvoorbeeld lijfrente. Elke maand betalen werkgevers en werknemers premie voor het opbouwen van pensioen. Bij de inrichting van ons huidige stelsel was de levensverwachting ongeveer 75 jaar. Inmiddels is dat achterhaald. We worden immers steeds ouder en onze levensverwachting neemt toe. Daardoor moeten gepensioneerden langer met hun opgebouwde potje(s) doen. In plaats van tien tot vijftien jaar genieten van je pensioen, is dat tegenwoordig eerder vijftien tot twintig jaar. Er moet dus meer pensioen worden uitbetaald dan bij de oprichting van het huidige stelsel rekening mee werd gehouden en dus ontstaan er tekorten.

Het huidige stelsel is ook moeilijk te handhaven omdat de arbeidsmarkt de afgelopen jaren flink veranderd is. Vroeger was bijna iedereen in loondienst. Tegenwoordig is lang niet iedereen meer in loondienst of werkzaam bij dezelfde werkgever. Denk bijvoorbeeld aan zzp’ers, die veelal met tijdelijke contracten werken. Terwijl ontwikkelingen in de economie om een pensioenstelsel vragen dat past bij een meer flexibele arbeidsmarkt, zijn de uitgangspunten van ons huidige stelsel hoofdzakelijk gebaseerd op arbeidsverhoudingen die al ruim uit de vorige eeuw stammen.

Ook horen we steeds vaker het beklag dat het huidige stelsel oneerlijk zou zijn voor jongeren, die met hun pensioeninleg meebetalen aan het pensioen van oudere werknemers. Nu is het nog zo dat iedere werknemer evenveel bijdraagt aan het pensioenfonds, ongeacht zijn of haar leeftijd. Dat noemen we de doorsneepremie. Elke ingelegde euro is in dit geval evenveel waard. Op het eerste gezicht lijkt dat ook eerlijk, maar dat is het eigenlijk niet.

Als iemand van 25 jaar oud tot zijn pensioen € 10,- inlegt bij zijn pensioen, dan krijgt hij daar op AOW-leeftijd misschien € 30,- voor terug. Dat is een flinke stijging, want het geld kon jarenlang (in de huidige situatie zo’n 42 jaar) door het pensioenfonds belegd worden. Maar iemand van 65 jaar oud krijgt die € 30,- ook terug op zijn pensioenleeftijd als hij hetzelfde bedrag inlegt. Dat lijkt al minder eerlijk, want zijn geld heeft immers veel minder lang kunnen renderen? Vroeger vond men dit een eerlijk systeem, maar inmiddels is dat niet meer zo.

Bovenstaande factoren hebben een belangrijke invloed op de dalende dekkingsgraden van pensioenfondsen. Maar ook de langdurig lage rente speelt een rol, alsook tegenvallende beleggingsresultaten. De dekkingsgraad is een maatstaf voor de vermogenspositie van een pensioenfonds. Om de dekkingsgraad te bepalen wordt de actuele waarde van alle beleggingen gedeeld door de contante waarde van de pensioenverplichtingen. Maar laten we het niet te technisch maken. Simpel gesteld wordt de waarde van de beleggingen afgezet tegen de huidige waarde van een bedrag waarover je pas na een bepaalde periode (na je AOW-leeftijd) de beschikking hebt.

De overheid stelt bepaalde eisen aan pensioenfondsen en schrijft voor dat bepaalde buffers moeten worden aangehouden. Zo moet een pensioenfonds in Nederland minimaal een dekkingsgraad van 105% hebben. Onderstaande grafiek geeft pijnlijk weer hoe weinig pensioenfondsen tegenwoordig nog aan deze minimale dekkingsgraad voldoen.

pensioenakkoord dekkingsgraden
De gemiddelde dekkingsgraad van pensioenfondsen
Bron: DNB

Hoe doen andere landen dat eigenlijk?

Het lijkt misschien helemaal mis met ons pensioenstelsel en de publieke opinie is die mening ook ongetwijfeld toegedaan, maar is ons stelsel eigenlijk wel zo slecht? Zeker niet! Ondanks de dreigende kortingen is het Nederlandse pensioenstelsel opnieuw uitgeroepen tot het beste van de wereld. Adviesbureau Mercer zette Nederland in zijn Global Pensions Index net als vorig jaar bovenaan. Ondanks de dreigende kortingen op onze pensioenen is het Nederlandse pensioenstelsel in 2019 uitgeroepen tot het beste van de wereld. Adviesbureau Mercer zette Nederland in zijn Global Pensions Index net als in 2018 bovenaan.

pensioenakkoord wel nodig?
Nederland heeft volgens Mercer het beste pensioenstelsel ter wereld
Bron: Mercer

Nederlanders staan over het algemeen te boek als nuchter en gezond kritisch. Dat is goed. Daarmee houden we elkaar scherp en zijn we constant op zoek naar verbeteringen in onze levensstandaard. Maar laten we ook niet vergeten dat onze pensioenvoorziening wereldwijd van het hoogste niveau is. Als we het Nederlandse stelsel benchmarken met de pensioenstelsels van enkele van onze favoriete vakantiebestemmingen, dan blijkt al snel dat (in ieder geval de opbouw van) onze pensioenvoorziening best goed in elkaar zit:

  • Het pensioenstelsel in Spanje bestaat uit een verplicht overheidspensioen gebaseerd op een omslagstelsel. Met de premies van alle werkenden worden dus de pensioenen van de ouderen betaald. Voor lage- en middeninkomens is de vervangingsratio van dit overheidspensioen bijna 90%! ­Daarmee is het totaal aan uitgekeerd overheidspensioen in Spanje op Griekenland na dan ook het hoogst in Europa. Het omslagstelsel is erg solidair, maar ook volstrekt onhoudbaar als de bevolking snel(ler) vergrijst.
  • In Italië is het pensioenstelsel al decennialang aan verandering onderhevig. Vroeger konden ambtenaren na 20 jaar met pensioen en werd de uitkering ook nog eens gekoppeld aan het laatstverdiende salaris. Dat is door de jaren heen natuurlijk wel veranderd, maar rond 2007 was Italië nog steeds het land dat het meeste uitgaf aan pensioenen; maarliefst 15% van het Bruto Nationaal Product. Het land kent naast een basisouderdomspensioen een uitkering die afhangt van het arbeidsverleden.
  • Dan Frankrijk. Naast een soort AOW-minimumcomponent voor alle inwoners van Frankrijk, bestaat de eerste pijler uit een verplicht op omslagbasis (zoals ook in Spanje het geval is) gefinancierd staatspensioen voor werknemers. Dit pensioen bedraagt maximaal 50% (!!) van het gemiddelde inkomen gedurende de 25 jaar waarin je het hoogste inkomen hebt behaald, tot een maximaal salaris van circa € 39.000,-. Verdien je dus 25 jaar lang € 39.000,- dan ontvang je al een pensioen van de overheid van € 19.500,- en dat is nog zonder de AOW-minimumcomponent.

In deze landen vormt de overheidsbijdrage (of de eerste pijler) een aanzienlijk groter deel van de totale pensioenuitkering dan in Nederland. Dat klinkt interessant en aantrekkelijk, maar in de praktijk is dat niet houdbaar. Een situatie waarin zowel de overheid, de werkgever als de werknemer bijdragen aan een goed pensioen, is robuuster, eerlijker en duurzamer.

Hoe wordt het nieuwe stelsel ingericht?

Als we benchmarken, dan is ons huidige stelsel dus helemaal niet zo slecht. Maar het kan natuurlijk altijd beter. En vooral eerlijker, duidelijker en flexibeler. Het pensioenakkoord, en daarmee de inrichting van het nieuwe pensioenstelsel, moeten ertoe leiden dat pensioenen er persoonlijker uit gaan zien, met meer individuele keuzemogelijkheden. Het stelsel zal dan ook van een collectieve pensioenregeling naar een meer individuele benadering gaan.

  • De AOW leeftijd gaat omhoog, maar minder snel dan het kabinet had gewild.
  • Pensioen voor ZZP’ers wordt aangepast. Waarschijnlijk komt er geen verplicht pensioen, maar krijgen ze wel te maken met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering.
  • De premies die we dadelijk betalen voor ons pensioen, gaan naar ons eigen potje. Op dit moment dragen we nog met elkaar alle lasten en uitkeringen (de doorsneepremie). Ons pensioen wordt dus persoonlijker en inzichtelijker.
  • Naarmate mensen ouder worden, wegen mee- en tegenvallers minder zwaar mee. Het risico voor (bijna) pensioengerechtigden neemt daardoor dus af. Jonge deelnemers krijgen een groter deel van de tegenvallers voor hun rekening, maar kunnen ook gebruikmaken van een langere beleggingshorizon en zijn daarmee ook beter in staat om schokken op te vangen.
  • Mee- en tegenvallers kunnen in de tijd worden gespreid. Financieel slechte jaren worden hierdoor gecompenseerd door goede jaren. Hierdoor kunnen pensioenfondsen beter omspringen met fluctuaties in de economie.
  • Een pensioenfonds houdt daarom – naast het geld voor de pensioenen – een collectieve solidariteitsreserve aan. In slechte jaren kunnen tegenvallers hiermee worden gedempt.

Bovenstaande punten zijn grove inschattingen en kunnen nog aan verandering onderhevig zijn. De exacte uitwerking van ons nieuwe pensioenstelsel moet immers nog volgen. Toch lijkt er veel te veranderen. Door jonge én oudere werknemers wordt dadelijk wellicht dezelfde premie betaald, en die premie wordt volledig toegerekend aan de pensioenen van die individuen. Dat pakt voor oudere werknemers misschien slecht uit; niet langer betalen jongeren mee voor hun pensioen en in de transitieperiode resteert weinig tijd om zelf een goed pensioen op te bouwen. Wie dat gat gaat compenseren is nog een belangrijke openstaande vraag. Oudere werknemers zullen gecompenseerd willen worden om hetzelfde pensioen op te kunnen bouwen, maar wie gaat dat betalen?

Afwachten of zelf ook actief aan je pensioen werken?

De toekomst zal uitwijzen hoe het nieuwe pensioenstelsel precies wordt vormgegeven en wat dit betekent voor jouw eigen pensioen. Ongeacht je leeftijdscategorie kun je rustig afwachten en de kat uit de boom kijken, hopende dat het balletje jouw kant op rolt. Maar het opbouwen van een goed pensioen is iets waar je zelf ook actief aan kunt werken, bijvoorbeeld door in de derde pensioenpijler fiscaal aantrekkelijk te beleggen voor een aanvullend pensioen. Ben je benieuwd hoe dit werkt? Je leest het hier! Of open makkelijk en snel een pensioenrekening bij Brand New Day!

2 gedachtes over “Het pensioenakkoord; op naar een nog beter stelsel in 2022!

  1. De redenering dat de inleg van een 65 jarige minder rendeert en dat het daardoor een oneerlijk systeem is, slaat nergens op. De mensen die nu tegen hun pensioen aan zitten of het al zijn, hebben ook vanaf hun 25ste ingelegd. Ik kan daarme net zo makkelijk stellen dat de jongeren van nu egoïstisch zijn en niet solidair terwijl de ouderen dat wel zijn geweest met hun voorgaande generaties. Regels vlak voor het met pensioen gaan, ingrijpend verandeen, dat is pas eerlijk.

    1. Bedankt voor uw reactie, Olga! In mijn blog benoem ik meerdere redenen waarom het huidige pensioenstelsel niet langer houdbaar is, maar de doorsneepremie is daar inderdaad één van. Door de vergrijzing is scheefgroei ontstaan en moet een klein(er) deel van de bevolking veel meebetalen aan het pensioen van een steeds groter (en ouder) wordend deel van de bevolking.

      Met de huidige doorsneepremie is het nog zo dat iedere werknemer evenveel bijdraagt aan een bepaald pensioenfonds, ongeacht zijn of haar leeftijd. Elke ingelegde euro is in dit geval evenveel waard, of je nu 25 of 65 jaar oud bent. Nu wordt alles bij wijze van spreken op één hoop gegooid; u betaalt mee aan mijn pensioen en ik betaal mee aan uw pensioen. Die doorsneepremie wordt dadelijk afgeschaft. Dat betekent dat premies die jongeren betalen meer rendement gaan opleveren. Ze krijgen dus meer pensioen voor hun premie, of betalen minder premie voor hetzelfde pensioen. Voor ouderen geldt het tegenovergestelde. Die krijgen minder pensioen voor hun premie dan in de oude situatie.

      De timing van de aanpassing van een dergelijk stelsel zal nooit voor iedereen even ideaal zijn, dat ben ik met u eens. Eind dit jaar dreigen er echter grote kortingen op miljoenen pensioenen, wat u en mij kan raken. Dat heeft te maken met de strenge regels die nu gelden, en omdat nog wordt uitgegaan van een rekenrente (die steeds verder daalt). Een nieuw pensioenakkoord heeft andere (wellicht soepelere) regels, waardoor kortingen wellicht te vermijden zijn.

Geef een reactie